Hoe weet je of een woord een de-woord of een het-woord is? Dit is een van de eerste vragen van onze studenten. Om jullie te helpen hebben we een aantal regels op een rijtje gezet. Het Nederlands heeft twee bepaalde lidwoorden: ‘het’ voor onzijdige woorden en ‘de’ voor mannelijke en vrouwelijke woorden. Als je het Nederlands als moedertaal hebt, weet je meestal vanzelf of een woord ‘de’ of ‘het’ krijgt. Maar voor buitenlanders die Nederlands leren, is het voor het grootste deel een kwestie van uit het hoofd leren. Er zijn namelijk geen regels voor. Gelukkig is er wel een beetje houvast, hoewel er steeds uitzonderingen zijn.

Let op: dit geldt voor het enkelvoud. In het meervoud krijgen alle zelfstandige naamwoorden het lidwoord de.
De volgende woorden zijn over het algemeen de-woorden:
Verder zijn woorden met de volgende uitgangen meestal de-woorden:
Tot slot zijn er veel woorden die zowel ‘de’ als ‘het’ kunnen krijgen – soms met en soms zonder betekenisverschil. Moeilijk om te onthouden? Er is ook een app met ‘de of het’!